Netwerk van
leidinggevenden
passend onderwijs

De Vereniging Netwerk Leidinggevenden Passend Onderwijs draagt
door verbinding, kennisdeling en vertegenwoordiging bij aan het bevorderen van
het leer- en ontwikkelrecht van alle kinderen en het versterken van professionals.

Reactie Netwerk LPO wetsvoorstel terugdringen verzuim

23 september 2022

Samenvatting
De leden van het Netwerk LPO zijn overwegend positief over het wetsvoorstel terugdringen verzuim, de focus op schoolaanwezigheid en de voorgestelde maatregelen. Het vergroten van inzicht in verzuim en het verplicht registreren van alle soorten verzuim door de school dragen bij aan vroegsignalering en preventie van verzuim en thuiszitten en helpt samenwerkingsverbanden om lacunes in het aanbod op te sporen en op te lossen. Tegelijkertijd zijn er ook vragen en aandachtspunten. Die betreffen met name het ontbreken van een visie op de taken en verantwoordelijkheden van samenwerkingsverbanden, het ontbreken van samenhang in beleid en onduidelijkheid over rollen en talen, wat gezien de budgetneutraliteit waarmee dit wetsvoorstel wordt uitgevoerd, extra zorgelijk is.

We zien in allerlei voorstellen dat de rol van samenwerkingsverbanden steeds breder wordt, zonder dat hier een afgewogen visie onder ligt. De regierol van samenwerkingsverbanden wordt niet versterkt door steeds kleine taken bij samenwerkingsverbanden onder te brengen. Hiervoor is een fundamentelere kijk nodig op de taken en verantwoordelijkheden van samenwerkingsverbanden, in dit wetsvoorstel specifiek op het stimuleren van schoolaanwezigheid, om vervolgens af te spreken onder welke randvoorwaarden samenwerkingsverbanden deze taken kunnen vervullen.

Taakverdeling tussen school, bestuur en samenwerkingsverband onduidelijk
De rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen bij de verplichte registratie van alle soorten verzuim en het oppakken van eventuele vervolgacties dienen verduidelijkt te worden in de verdere uitwerking. De taakverdeling tussen school en samenwerkingsverband wordt met dit wetsvoorstel onduidelijker. In de toelichting wordt enerzijds gesteld dat de rol van het samenwerkingsverband ‘complementair’, ‘aanvullend’ en ‘additioneel’ is aan de zorgplicht van scholen. Tegelijkertijd wordt gezegd dat ‘samenwerkingsverbanden beter worden toegerust om verzuim, schooluitval en onnodige vrijstellingen tegen te gaan’. Het signaleren en opvolgen van verzuim blijft de verantwoordelijkheid van de school. Het schoolbestuur kan als bevoegd gezag een school aanspreken op haar verantwoordelijkheid. De opmerking dat het samenwerkingsverband kan bemiddelen, lijkt een verschuiving van de zorgplicht. In dat licht vragen we ons ook af waarom de hoofddoelstelling van een samenwerkingsverband (artikel 18a, lid 2, tweede volzin) wordt verplaatst naar een taak van het samenwerkingsverband (artikel 18a lid 6).

Samenhang in beleid ontbreekt
Een grote zorg is het ontbreken van samenhang met andere belangrijkste beleidsthema’s en ontwikkelingen. Dit wetsvoorstel beoogt de bestaande praktijk te verbeteren door wijzigingen aan te brengen in de verzuimregistratie, het verzuimbeleid en de procedure voor vrijstellingen. Dat geeft de indruk van reparaties in het bestaande stelsel. Van groot belang is volgens Netwerk LPO een overkoepelende visie op het verzilveren van het recht van kinderen en jongeren om te leren en zich te ontwikkelen. Parallel aan dit wetsvoorstel loopt een initiatiefwet van Paul van Meenen. Netwerk LPO mist de logische samenhang tussen beide ontwikkelingen. Marc Dullaert heeft in ‘De kracht om door te zetten’ gesteld dat de brandbreedte voor deelname aan het onderwijs moet worden opgerekt, met regelmatige evaluatie om de groeimogelijkheden van kinderen en jongeren te optimaliseren. Deze niet-parallel lopende ontwikkelingen roepen bij ons de vraag op of er voldoende centrale regie is op wet- en regelgeving die bijdraagt aan het vergroten van ontwikkelkansen van kinderen en jongeren.

Door de registratie te verbeteren, zal het verzuim mogelijk eerst toenemen (waar dat als gevolg van een suboptimale registratie nog niet in beeld was) en op den duur mogelijk verminderen. Netwerk LPO mist een dieperliggende analyse op de oorzaken van verzuim en op de inspanningen om kinderen en jongeren zonder schoolinschrijving of gecategoriseerd als ‘geoorloofd verzuimers’ weer tot onderwijsdeelname te stimuleren. In de praktijk zien we dat de grootste groep thuiszitters vaak wordt gevormd door kinderen en jongeren die naast onderwijs ook zorg en ondersteuning nodig hebben en vaak te kampen hebben met wachtlijsten, waardoor passende zorg niet tijdig op gang komt. Dit ontbreekt nu in de probleembeschrijving en probleemaanpak. Uitbreiden van het ondersteuningsaanbod gaat niet altijd over onderwijs of alleen over onderwijs. Ook de verantwoordelijkheid van de gemeente moet hierbij opgenomen worden. Het stimuleren van schoolaanwezigheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Netwerk LPO denkt dat dit wetsvoorstel een verbetering kan betekenen voor de groep onderinstromers op de grens van vrijstelling. Een dwingend kader is echter niet altijd gewenst. Of een kwetsbaar kind of kwetsbare jongere kan toegroeien naar onderwijsdeelname vraagt immers altijd een passende, persoonlijke aanpak. De vraag of onderwijsdeelname al dan niet haalbaar is, zou vanuit het onderwijs of het samenwerkingsverband gemaakt moeten worden, uiteraard samen met ouders en het kind of de jongere zelf. In deze situaties is de samenwerking met en de expertise van partners van de jeugdgezondheidszorg en jeugdhulp van groot belang. Tegelijkertijd willen we hierbij opmerken dat van ‘dwang’ ook een beschermende werking uitgaat en helpt om kinderen en jongeren aan het onderwijs te laten deelnemen in situaties waarin ouders op dit vlak hun verantwoordelijkheid niet nemen.

Uitvoerbaarheid: voldoende middelen, eenvoud en eenduidigheid
Het wetsvoorstel is budgetneutraal ingediend. In de memorie wordt duidelijk dat het samenwerkingsverband er taken bijkrijgt, maar zonder extra middelen. Voldoende middelen zijn een essentiële voorwaarde om de taken te kunnen uitvoeren. Anders dan in de toelichting gesteld, brengen deze taken administratieve lastenverzwaring met zich mee voor scholen en samenwerkingsverbanden. Er zijn zorgen over de toenemende druk op scholen, zeker in relatie tot de schaarste aan personeel.

De meerwaarde van het wetsvoorstel is voor een groot deel afhankelijk van de inrichting van het registratiesysteem. De indeling in categorieën moet eenvoudig en eenduidig zijn. Het is prettig dat school, leerplicht en samenwerkingsverband kunnen beschikken over dezelfde en eenduidige informatie. Hierbij is het niet nodig dat samenwerkingsverbanden beschikken over verzuimgegevens van leerlingen die doorgaans geregeld naar school gaan en die geen noemenswaardige specifieke ondersteuning nodig hebben. Volgens Netwerk LPO zou dit tot onnodige bureaucratie leiden. Netwerk LPO is voorstander van het betrekken van het onderwijsperspectief bij het afgeven van vrijstellingen van de leerplicht.

Specifieke vraag: woonplaatsbeginsel versus landelijk werkende samenwerkingsverbanden
Hoe wordt bepaald welk samenwerkingsverband aan zet is om de arts te adviseren: het regionale samenwerkingsverband op grond van woonplaatsbeginsel of het samenwerkingsverband op reformatorische grondslag? Met de inrichting van een landelijk samenwerkingsverband op deze grondslag biedt het woonplaatsbeginsel geen oplossing voor het vraagstuk wie aan zet is en de zorgplicht heeft. Dat wordt bij nieuw beleid te vaak over het hoofd gezien.

We hopen dat onze reactie bijdraagt aan een aanscherping van het voorliggende wetsvoorstel en aan de overkoepelende ambitie om voor ieder kind en iedere jongere het recht op leren en ontwikkelen te realiseren. Uiteraard blijven wij van harte bereid om ons ook daarvoor in te zetten.

Met vriendelijke groet,

Jetta Spaanenburg

Voorzitter Netwerk LPO

Lees dit artikel

Reactie Netwerk LPO op de routekaart naar inclusiever onderwijs van OCW

Reactie Netwerk LPO op de routekaart naar inclusiever onderwijs van OCW


19 september 2022

Beste Petra en Jacqueline,

Hierbij ontvangen jullie de reactie van het Netwerk LPO op de routekaart inclusie.

Waardering vooraf

Het Netwerk LPO is goed vertegenwoordigd geweest in het proces om te komen tot een routekaart inclusief onderwijs. Leden en bestuur waren betrokken en hebben gedurende het proces met regelmaat de stand van zaken gedeeld en gesproken over de richting die ontstond. Het Netwerk LPO heeft op 14 september in een extra Algemene Ledenvergadering de volgende documenten besproken: verslag van de bijeenkomst over droombeelden van 8 juni 2022, begeleidend schrijven achterbanraadpleging, visual droombeeld, visual route, teksten bij de routekaart.

Er is veel waardering voor wat in korte tijd is ontwikkeld en voor de interactieve wijze waarop het proces is ingericht. Wat er nu ligt geeft inspiratie en richting aan de dialoog over inclusief onderwijs die in alle samenwerkingsverbanden gaande is. Er zijn echter ook vragen en zorgen. We gaan daar in deze reactie inhoudelijk op in.

Zorgen over betrokkenheid en rolneming

• Opvallend voor het Netwerk LPO was de afwezigheid van leraren in het proces. Van die groep was bekend dat zij het gesprek over inclusief onderwijs niet wilden vervolgen als niet werd voldaan aan belangrijke randvoorwaarden daarvoor: voldoende personeel en een passende salariëring. Desalniettemin is hun afwezigheid in dit proces een gemis: zonder bevlogen leraren die geloven in inclusief onderwijs en de implementatie daarvan willen dragen, is het de vraag of deze ambitie realiseerbaar is. Extra handen, extra expertise en een verandering van mindset ten aanzien van inclusiever onderwijs binnen de scholen zijn kritische succesfactoren. Wat moet er veranderen in het systeem om hierin te kunnen voorzien? Wij zijn benieuwd welke plannen het ministerie heeft om de leraren weer aan boord te krijgen.

• Naast het ontbreken van leraren was de betrokkenheid van schoolbesturen beperkt. De betrokkenheid van samenwerkingsverbanden staat niet gelijk aan de betrokkenheid van schoolbesturen. Hoewel zij samen een samenwerkingsverband vormen, hebben zij ook een eigenstandige rol als bestuurder van scholen die tot het samenwerkingsverband behoren én een verantwoordelijkheid voor al het personeel dat daar werkzaam is. Hun beperkte betrokkenheid in dit proces leidt tot dezelfde zorg: zonder bevlogen schoolbesturen die geloven in inclusief onderwijs en de implementatie daarvan willen dragen, is het de vraag of deze ambitie realiseerbaar is. Wat wil het ministerie doen om draagvlak te vergroten? Netwerk LPO vindt het van groot belang dat de verbinding wordt versterkt met de sectororganisaties, de vakbonden, de VNG en de beroepsverenigingen om te komen tot een gedragen toekomstbeeld.

• Er is ook zorg over de rol van het ministerie. Het Netwerk LPO is van mening dat het ministerie een belangrijke regisserende rol heeft in dit proces en kaderstellend moet zijn in het WAT en het HOE moet overlaten aan de regio’s. Daarbij is het van belang dat visievorming en implementatie van inclusief onderwijs geen ‘overdoen’ van de evaluatie passend onderwijs is, maar daadwerkelijk een volgende fase inluidt en het perspectief op inclusief onderwijs dichterbij brengt.

Behoefte aan concreetheid

• De uitwerking die nu voorligt mist volgens de leden concrete doelen. HOE die worden gerealiseerd is uiteraard deels aan de regio’s, maar de stip op de horizon – het WAT – mag en moet concreter om inhoudelijk een beweging op gang te brengen. Voorbeelden daarvan kunnen zijn duidelijke uitspraken over de uiteindelijke omvang van het specialistisch onderwijs en de eigenstandige rol van besturen speciaal onderwijs.

• Wat is het uitvoeringseffect van dit droombeeld? En wat zijn de dilemma’s die opgelost moeten worden? Wat is haalbaar? Visie en droombeelden worden gecombineerd met routes, maatregelen en de uitvoering van moties. Dat draagt niet bij aan een helder WAT.

• De maatschappelijke verantwoordelijkheid en de maatschappelijke opgaven waar we voor staan en waarin we zowel gesteund als gefaciliteerd moeten worden, worden gemist.

Helderheid in rollen en verantwoordelijkheden

• In de stukken wordt de verantwoordelijkheid voor inclusief onderwijs vrijwel volledig bij het onderwijs gelegd. Dit is onterecht en onwenselijk: inclusie is een maatschappelijke opgave en een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Scholen, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden dragen daar in belangrijke mate aan bij, maar kunnen inclusie nooit realiseren zonder de samenwerking met gemeenten en andere partners. We pleiten voor een nadrukkelijke verbinding met de werkagenda onderwijs-zorg, de hervormingsagenda jeugd en het arbeidsmarktbeleid.

• In de indeling school-, regionaal en landelijk niveau wordt het lokale niveau gemist. Op dat niveau zijn gemeenten en samenwerkingsverbanden en hun netwerkpartners aan zet. Dit niveau is onmisbaar in visievorming en gezamenlijke implementatie van inclusief onderwijs.

• Bij de maatregelen staan samenwerkingsverbanden en scholen vaak als actor genoemd. De schoolbesturen worden hier gemist. Zie hiervoor ook onze eerdere opmerking over het proces.

• Verder valt op dat er alleen taken worden genoemd. Volgens de leden moet ook worden gesproken over bevoegdheden. Als samenwerkingsverbanden moeten sturen, dan moet daartoe ook de bevoegdheid bestaan.

Samenhangend beleid

• Welke plannen zijn er voor de komende vijftien jaar die belemmerend of activerend kunnen zijn voor inclusief onderwijs? Dat inzicht is nodig om verbinding te maken en samenhangend beleid te voeren. De rol van de inspecties is in dit verband ook van belang: op welke manier raken de rol en verantwoordelijk van de samenwerkingsverbanden en die van de inspectie elkaar? Nadrukkelijk worden het ministerie van VWS en de gemeenten gemist in het stuk. Ook van de andere beleidsterreinen wordt een bijdrage gevraagd richting inclusiever onderwijs in een inclusievere maatschappij.

• De stukken ademen een doorontwikkeling van de bestaande situatie. Terwijl een fundamentele discussie nodig is over de inrichting van de maatschappij en van het onderwijs. Met repareren op deelonderwerpen komen we niet in de richting van een inclusieve maatschappij waar het inclusiever onderwijs een onderdeel van is. Wat vraagt een inclusieve maatschappij van het onderwijs en wat betekent dat voor alle partners die hierin een rol hebben?

Specifieke punten

• Het is onverstandig om te beschrijven dat voor een klein deel van de jeugdigen een speciale voorziening nodig is. Want om welke groep gaat het dan? En wat betekent een klein deel? De leden willen alle ruimte om passend inclusief onderwijs vorm te geven in een passende setting.

• De nadruk op een groepsgerichte benadering mag niet ten koste gaan van noodzakelijke individuele aandacht. Deze twee routes sluiten elkaar niet uit, maar kunnen elkaar juist

versterken. Het is dus niet of/of, maar en/en. De vraag van de jeugdigen binnen de context waar ze leven, leren en zich ontwikkelen bepaalt wat nodig is.

• De uiting ‘meer geld’ is onhelder. Leden van het Netwerk LPO willen de ruimte hebben om expertise vanuit het SO/SBO in het regulier onderwijs in te zetten. Het zou helpend zijn als er een andere financiering komt voor het SO/SBO.

Tot slot: de status van de stukken

• Netwerk LPO vraagt zich af wat de status van deze stukken wordt. Gaat het om een intentie, om een samenwerkingsovereenkomst, een opdracht? En wie wordt dan eigenaar? En wie gaat waarop sturen? En op welk detailniveau gaat er gestuurd worden? Hoe verhouden deze stukken zicht tot de hervormingsagenda jeugd en de werkagenda onderwijs-zorg? Ook op deze punten is duidelijkheid nodig.

We hopen dat deze inbreng bijdraagt aan een concreet en breed gedragen vervolg om van droombeeld naar daadkracht te komen. Uiteraard willen we ons daar samen met alle partners blijvend voor inzetten.

Met vriendelijke groet,

Jetta Spaanenburg voorzitter Netwerk LPO

Lees dit artikel

Netwerkbijeenkomst swv’s PO/VO – gemeenten ‘Een sterke basis door krachtige samenwerking’

Op woensdag 12 oktober vindt van 9.00 – 11.00 uur een volgende (digitale) netwerkbijeenkomst plaats voor leidinggevenden samenwerkingsverbanden PO en VO en gemeenten. Dit keer draait de bijeenkomst om de gezamenlijke propositie van onderwijs, opvang en gemeenten: Een sterke basis door krachtige samenwerking. Zie hier meer informatie over het programma.

Praktische informatie

Wanneer: woensdag 12 oktober 2022
Waar: Online
Tijd: 9.00 -11.00 uur
Voor wie: bestuurders, beleidsmedewerkers onderwijs en jeugd van gemeenten, leidinggevenden van samenwerkingsverbanden en hun staffunctionarissen
Kosten: Er zijn geen kosten verbonden aan deelname 
Inschrijving: Meld je hier aan

Lees dit artikel